Voorzitter namens de werkgevers Terry Troost: 'Onze deelnemers zien inmiddels in de online omgeving hun persoonlijk pensioenvermogen en de ontwikkeling daarvan. We blijven investeren met oog voor de lange termijn. In het tweede kwartaal deden we bijvoorbeeld een aanvullende investering in Nearfield Instruments. Dit past binnen de impactinvesteringen van PMT op het gebied van innovatie en draagt bij aan rendement voor onze deelnemers.'
Voorzitter namens de werknemers en pensioengerechtigden Caspar Vlaar: 'De transitie van onze beleggingsportefeuille is in het afgelopen kwartaal afgerond. De beleggingsresultaten over dit kwartaal zijn positief, waarbij met name de aandelenrendementen er positief uitspringen. Daarmee is het negatieve effect uit het eerste kwartaal voor de meeste deelnemers grotendeels ingehaald. De verschillen tussen het eerste en tweede kwartaal laten goed zien dat deze resultaten momentopnames zijn. Als pensioenbelegger richten wij ons vizier juist op de lange termijn.'
PMT behoort tot de eerste grote pensioenfondsen die zijn overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel. De kwartaalcijfers laten zien hoe pensioenvermogens en uitkeringen zich binnen dit nieuwe stelsel ontwikkelen. De resultaten in het tweede kwartaal laten net als in het eerste kwartaal zien dat pensioenvermogens sterk kunnen bewegen. Tegelijkertijd laat dit kwartaal zien dat negatieve resultaten ook weer kunnen herstellen.
Dit bericht geeft een momentopname van de financiële resultaten in het tweede kwartaal van 2026.
Ontwikkelingen voor pensioengerechtigden
Het tweede kwartaal was positief voor de beleggingen. Het spreidingsvermogen op 30 juni was 1,6%. Het spreidingsvermogen op 30 september bepaalt de verhoging of verlaging van de pensioenen van pensioengerechtigden per 1 januari 2027. Bij een spreidingsvermogen van 1,6% zouden de pensioenen op 1 januari 2027 met afgerond 0,5% verhoogd worden (1/3e van 1,6%).
Het behaalde rendement in het tweede kwartaal was 4,2%. Dit was hoger dan de stijging van de kostprijs van pensioen (1,4%). Het spreidingsvermogen nam hierdoor toe met 2,8% in Q2x.
| Uitkeringsfase | Q2 2026 |
| Spreidingsvermogen begin kwartaal | -/- 1,1% |
| Behaald rendement | 4,2% |
| Kostprijs pensioen | 1,4% |
| Wijzigingen spreidingsvermogen | 2,8% |
| Spreidingsvermogen einde kwartaal | 1,6% |
De wijziging van het spreidingsvermogen wordt berekend als: 2,8% = [1 + 4,2%]/[1 + 1,4%] -/- 100%). Door afronding van de cijfers op 1 decimaal kan er een verschil ontstaan van 0,1%-punt. Hierdoor komt het spreidingsvermogen aan het eind van het kwartaal uit op 1,6% in plaats van 1,7% (2,8% -/- 1,1%).
xVoor een voorbeeldberekening van de ontwikkeling van het spreidingsvermogen verwijzen wij naar de begrippenlijst bij dit bericht.
Ontwikkelingen voor deelnemers die nog geen pensioen ontvangen
In het tweede kwartaal was het overrendement positief, waardoor met name voor jongere cohorten een positief rendement is behaald. De lange rente is iets gestegen, waardoor de kostprijs van pensioen voor jongere cohorten iets daalde. Beide effecten leidden tot een stijging van het opgebouwde pensioen.
Voor een 35-jarige was het rendement bijvoorbeeld 10,9% en daalde de kostprijs van pensioen met 3,8%. Het opgebouwde pensioen is hierdoor met 15,3% gestegen in Q2 ([1 + 10,9%] / [1 -/- 3,8%]).
Ook oudere cohorten hadden baat bij het positieve overrendement. De rente met kortere looptijden is in het tweede kwartaal juist iets gedaald, waardoor de kostprijs pensioen voor oudere cohorten steeg. Het beschermingsrendement en het positieve overrendement waren samen echter voldoende om voor een stijging van het opgebouwde pensioen te zorgen.
Voor een 65-jarige was het rendement bijvoorbeeld 5,1% en steeg de kostprijs van pensioen met 1,6%. Het opgebouwde pensioen is hierdoor met 3,5% gestegen in Q2 ([1 + 5,1%] / [1 + 1,6%]).
Over het hele jaar gemeten is het opgebouwde pensioen voor de cohorten vanaf 45 jaar gestegen. Alleen voor de jongste cohorten hebben de resultaten over de eerste helft van het jaar geleid tot een daling van het opgebouwde pensioen. Dit wordt vooral veroorzaakt door de daling van de lange rente sinds het begin van het jaar.
In Mijn PMT zien deelnemers de ontwikkeling van hun persoonlijk pensioenvermogen. De persoonlijke situatie kan afwijken van onderstaande voorbeelden.
Rendementen uitgesplitst naar beleggingscategorieën
Het totaalrendement over alle cohorten was 5,6% in het tweede kwartaal.
Het overrendement was 5,0%, waarbij vooral de categorie aandelen (inclusief private equity) met een rendement van 14,2% een belangrijke bijdrage leverde.
Ook het beschermingsrendement was positief. Per saldo kwam het beschermingsrendement in het tweede kwartaal uit op 0,6%.
| Beleggingscategoriex | Weging | Rendement Q2 | Year to date |
| Aandelen (incl. private equity) | 32,4% | 14,2% | 10,8% |
| Hoogrentende waarden | 14,6% | 2,9% | 2,5% |
| Vastgoed | 11,5% | 3,0% | 3,4% |
| Rentegedreven Matching (liquiditeiten, renteswaps) | 21,4% | 0,9% | 10,4% |
| Kredietgedreven Matching (hypotheken, bedrijfsobligaties) | 20,2% | 2,0% | 1,3% |
xRendementen worden weergegeven inclusief het valuta-afdekkingsresultaat.
Begrippenlijst
-
Voor deelnemers vóór de pensioenleeftijd beleggen we verschillend per leeftijd. Als de pensioenleeftijd nog ver weg is, kunnen we meer beleggingsrisico nemen. Hierdoor kan het pensioen van jaar tot jaar schommelen, maar naar verwachting levert dit op de lange termijn ook meer rendement op. Naarmate de pensioenleeftijd dichterbij komt, nemen we minder risico, zodat het pensioen minder gevoelig wordt voor schommelingen op de financiële markten.
-
Het extra rendement dat wordt behaald uit risicovollere beleggingen. Dit zijn beleggingen zoals aandelen, private equity en vastgoed en hoogrentende bedrijfsobligaties. Het overrendement draagt bij aan de groei van pensioenen op de lange termijn, maar kan ook zorgen voor meer schommelingen.
-
Het rendement dat helpt om deelnemers en pensioengerechtigden te beschermen tegen veranderingen in de rente en de kostprijs van pensioen. Als de rente daalt, stijgt de kostprijs van pensioen. Het beschermingsrendement vangt een deel van die stijging op en draagt daarmee bij aan stabielere pensioenen.
-
Het bedrag dat nu nodig is om later een euro pensioen uit te keren. De kostprijs beweegt mee met de rente: als de rente daalt, stijgt de kostprijs; als de rente stijgt, daalt de kostprijs. Daardoor heeft een verandering van de rente invloed op de ontwikkeling van het opgebouwde pensioen en de pensioenuitkeringen.
-
Het vermogen dat beschikbaar is voor toekomstige aanpassingen van de pensioenen van pensioengerechtigden. De aanpassing van de pensioenen op 1 januari hangt af van het spreidingsvermogen op 30 september daaraan voorafgaand.
Bedraagt het spreidingsvermogen bijvoorbeeld +3% op 30 september, dan worden de pensioenen van pensioengerechtigden op 1 januari met 1% verhoogd. Na de verhoging van de pensioenen is er nog 2% spreidingsvermogen over ([1 + 3%] / [1 + 1%]). Deze resterende 2% aan spreidingsvermogen wordt gebruikt om in toekomstige jaren de pensioenen te kunnen verhogen, óf om negatieve resultaten in die jaren op te vangen.Is het spreidingsvermogen negatief op 30 september, dan worden de pensioenen van pensioengerechtigden op 1 januari verlaagd. Vervolgens wordt een verlaging van de pensioenuitkeringen voor zo ver mogelijk voorkomen met een aanvulling uit de solidariteitsreserve.
-
Deze reserve helpt om de pensioenuitkeringen stabiel te houden. Als de pensioenen van pensioengerechtigden door een negatief spreidingsvermogen verlaagd moeten worden, wordt de uitkering voor zo ver mogelijk aangevuld uit de solidariteitsreserve tot het oorspronkelijke niveau. Zolang er voldoende middelen in de reserve aanwezig zijn, zullen de pensioenuitkeringen hierdoor niet worden verlaagd. Alleen bij langdurig ongunstige economische omstandigheden kan de reserve afnemen of opraken. In dat geval kunnen pensioenverlagingen alsnog nodig zijn.